In de praktijk worden de volgende bedrijfswaarderingsmethoden toegepast:

  • Intrinsieke waarde-methode: de waarde van het bedrijf wordt gelijkgesteld aan de actuele c.q. genormaliseerde waarde van de bezittingen/activa minus de schulden). Het nadeel van deze methode is, dat het uitgaat van de balans, een momentopname, en dat er geen rekening wordt gehouden met toekomstige vrije cashflows. Bovendien komen immateriële activa zoals bijvoorbeeld: know how, marktpositie, patenten of contracten vaak niet correct tot uitdrukking in de balans.
  • Rentabiliteitswaardemethode: de waarde van de onderneming wordt bepaald door de genormaliseerde winst na belasting (netto winst) van het afgelopen jaar (of het gemiddelde van de afgelopen jaren) contant te maken tegen (te delen door) een verondersteld door vermogenverschaffers geëist rendement (rentabiliteitseis). Het grootste nadeel van deze methode is, dat er geen rekening wordt gehouden met: toekomstige vrije cashflows (inclusief toekomstige investeringen en mutaties in het werkkapitaal) en de gewenste vermogensstructuur (eigen vermogen : vreemd vermogen). De Verbeterde Rentabiliteitswaardemethode houdt wel rekening met de vermogensstructuur door de rentabiliteitseis te baseren op de gewogen gemiddelde rentabiliteitseis (gewogen met de door een koper gewenste verhouding eigen en vreemd vermogen). Echter, de overige nadelen van de Rentabiliteitswaarde methode blijven bestaan.
  • Going concern waarde methode: deze methode combineert de Intrinsieke waarde-methode en de Rentabiliteitswaardemethode door ze te wegen, bijvoorbeeld 3 x intrinsieke waarde en 2 x de rentabiliteitswaarde, en het gewogen gemiddelde van de waarde te berekenen. Deze methode brengt, ten onrechte, verschillende grootheden (een voorraad/tijdstip-grootheid en een stroomgrootheid) met elkaar in verband. Tevens blijven de nadelen van de Intrinsieke waarde-methode en de Rentabiliteitswaarde nog steeds van toepassing.
  • Multiple earnings methode (vuistregels): de waarde wordt bepaald door financiële cijfers uit het verleden te vermenigvuldigen met een factor, die in de sector c.q. bij vergelijkbare bedrijven voor een onderneming is betaald (bijvoorbeeld: factor 5 x gemiddelde EBIT van de afgelopen jaren, EBIT= Earnings Before Interest and Tax). Voorgaande 'vuistregels' zijn gebaseerd op prijsvorming bij andere bedrijven, die zelden vergelijkbaar zijn, want bedrijven zijn niet identiek. Tevens is de prijs niet gelijk aan de waarde van de onderneming voor een bepaalde koper (de waarde wordt namelijk bepaald door de verbetering in de positie/situatie, die de betreffende koper met de transactie kan realiseren), maar een resultante van de onderhandelingen.
  • Discounted cashflow-methode: de waardering van de onderneming vindt plaats door de toekomstige vrije cashflows (geldstromen waarover de investeerder kan beschikken zonder dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt) van de onderneming contant te maken op basis van een disconteringsvoet, zijnde de gewogen gemiddelde kosten van het door een koper geïnvesteerde vermogen. Van de waarde van de onderneming wordt vervolgens de economische waarde van de schulden afgetrokken om de economische waarde van het eigen vermogen te verkrijgen. Deze methode houdt - in tegenstelling tot de voorgaande methoden - wel rekening met de realistisch te verwachten toekomst (in plaats van het verleden) en vrije cashflows (in plaats van winst, dus rekening houdend met onder andere mutaties in investeringen in activa en werkkapitaal).

Bedrijfswaardering-MKB gebruikt de enige juiste methode, namelijk de Discounted casflow-methode, omdat deze niet uitgaat van financiële cijfers uit het verleden (het verleden heeft géén waarde) en boekhoudkundige cijfers (winst geeft géén goed beeld van de vrije geldstromen die een investeerder kan verwachten zonder dat de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt), maar een realistische inschatting van de verwachte toekomstige verdiencapaciteit van het bedrijf ten opzichte van hetgeen men hiervoor moet opofferen (de kosten van het geïnvesteerde vermogen) vanuit de positie van de (financiële of strategische) koper.

Back to Top